25 april 2012

Balzac schrijft een toneelstuk

Aan zijn romans besteedde Honoré de Balzac (1799-1850) de uiterste zorg – hij blééf ze herschrijven. Zijn theaterwerk was weleens het kind van de rekening. Théophile Gautier (1811-1872) heeft in zijn postuum verschenen Portraits contemporains (1874) beschreven hoe Balzac het toneelstuk Vautrin dacht te realiseren (Nederlandse vertaling onderaan):

Un mot pressant de Balzac nous somma un jour de nous rendre à l’instant même rue de Richelieu, 104, où il avait un pied-à-terre dans la maison de Buisson, le tailleur. Nous trouvâmes Balzac enveloppé de son froc monacal, et trépignant d’impatience sur le tapis bleu et blanc d’une coquette mansarde aux murs tapissés de percale carmélite agrémentée de bleu, car malgré sa négligence apparente, il avait l’instinct de l’arrangement intérieur, et préparait toujours un nid confortable à ses veilles laborieuses; dans aucun de ses logis ne régna ce désordre pittoresque cher aux artistes. 
   — Enfin, voilà le Théo! s’écria-t-il en nous voyant. Paresseux, tardigrade, unau, aï, dépêchez-vous donc; vous devriez être ici depuis une heure. — Je lis demain à [directeur de théâtre] Harel un grand drame en cinq actes.
   — Et vous désirez avoir notre avis, répondîmes-nous en nous établissant dans un fauteuil comme un homme qui se prépare à subir une longue lecture.

   À notre attitude Balzac devina notre pensée, et il nous dit de l’air le plus simple: « Le drame n’est pas fait. »
   — Diable! fîs-je. Eh bien, il faut faire remettre la lecture à six semaines.
   — Non, nous allons bâcler le dramorama pour toucher la monnaie. A telle époque j’ai une échéance bien chargée.
   — D’ici à demain c’est impossible; on n’aurait pas le temps de le recopier.
   — Voici comment j’ai arrangé la chose. Vous ferez un acte, Ourliac un autre, Laurent-Jan le troisième, de Belloy le quatrième, moi le cinquième, et je lirai à midi, comme il est convenu. Un acte de drame n’a pas plus de quatre ou cinq cents lignes; on peut faire cinq cents lignes de dialogue dans sa journée et dans sa nuit.

   — Contez-moi le sujet, indiquez-moi le plan, dessinez-moi en quelques mots les personnages, et je vais me mettre à l’oeuvre, lui répondis-je passablement effaré.
   — Ah! s’écria-t-il avec un air d’accablement superbe et de dédain magnifique, s’il faut vous conter le sujet, nous n’aurons jamais fini!

Honoré de Balzac, portret door Maxime Dastugue naar Louis Boulanger

(Op een dag kregen wij een dringend briefje van Balzac, dat ons sommeerde ons onmiddellijk te begeven naar rue Richelieu 104, waar hij een pied-à-terre had ten huize van kleermaker Buisson. Wij troffen Balzac gehuld in zijn monnikspij, trappelend van ongeduld op het blauw-met-witte vloerkleed van een elegante zolderkamer, waarvan de wanden waren bespannen met karmelietessenbruin perkal met een blauw motiefje, want hij léék wel een sloddervos, maar hij wist hoe je een vertrek moest inrichten, en hij zorgde altijd dat hij, wanneer hij nachtenlang moest doorploeteren, tenminste in een behaaglijk nestje zat. Waar hij ook woonde, nimmer zag je daar de pittoreske chaos die onder kunstenaars zo populair is.
   ‘Hèhè, daar hebben we Théo!’, riep hij uit toen hij ons zag. ‘Luilak, slomerik, twee-, drietenige luiaard, schiet toch eens een beetje op; u had hier al een uur moeten wezen. – Morgen lees ik [theaterdirecteur] Harel een groot stuk in vijf bedrijven voor.’
   ‘En nu wilt u onze mening horen’, antwoordden wij, terwijl wij ons in een fauteuil vestigden als iemand die zich op een lange luistersessie voorbereidt. 
   Aan onze houding las Balzac af wat ons door het hoofd ging, en hij zei, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was: ‘Het stuk is nog niet geschreven.’
   ‘Drommels,’ riep ik uit, ‘dan moeten we de lezing anderhalve maand laten opschorten.’
   ‘Nee, wij flansen het stukorama in elkaar om de centen op te strijken. Een fikse wissel van mij vervalt binnenkort.’
   ‘Voor morgen lukt dat nooit; we zouden de tijd niet hebben om het in het net te schrijven.’
   ‘Ik stel me de zaak zó voor: u schrijft een bedrijf, Ourliac schrijft er een, Laurent-Jan het derde, de Belloy het vierde, ik het vijfde, en ik lees het, zoals afgesproken, morgen om twaalf uur voor. Een bedrijf telt hooguit vier-, vijfhonderd regels, en in een dag en een nacht kun je wel vijfhonderd regels dialoog schrijven.’
   ‘Vertelt u me dan maar waar het over gaat, beschrijf de plot, schets in een paar woorden de personages, dan ga ik aan de slag’, antwoordde ik hem, lang niet op mijn gemak.
   ‘O néé,’ riep hij uit, alsof hij zich werkelijk geen raad wist, en tegelijk met een subliem dédain, ‘als ik u ook nog moet vertellen waar het over gaat, krijgen we het nooit af!’)
Van dit plan is niets terechtgekomen, en toen Vautrin op 14 maart 1840 ten slotte in première ging, werd het om politieke redenen na één uitvoering verboden.
(Th. Gautier, Portraits contemporains, 2de druk (1874), pp. 119-121, vertaling J.E. Portret uit Wikipedia)
(Gautier describes how Balzac tried to make five authors write a play together in one day.)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen