04 april 2012

Wodehouse & Tolstoy: drawing-room blessings

In het hoofdstuk ‘No Wedding Bells for Him’ werkt de fantast en klaploper Ukridge, de held van de gelijknamige roman van P.G. Wodehouse (1881-1975), zich op tot huisvriend van het ‘eenvoudige’ gezin Price, met als doel er naar believen te kunnen binnenvallen voor een gratis maal. De zondagse gezangen neemt hij op de koop toe. Maar hij overspeelt zijn hand: ineens blijkt hij verloofd met de dochter des huizes. De vriend die hem altijd weer uit de nesten moet halen, vraagt:
   ‘Then you really do want to get out of this thing?’
   ‘Of course I want to get out of it.’
   ‘But, if you feel like that, how on earth did you ever let it happen?’
   ‘I simply couldn’t tell you, old horse,’ said Ukridge, frankly. ‘It’s all a horrid blur. The whole affair was the most ghastly shock to me. It came absolutely out of a blue sky. I had never so much as suspected the possibility of such a thing. All I know is that we found ourselves alone in the drawing-room after Sunday supper, and all of a sudden the room became full of Prices of every description babbling blessings. And there I was!’
   ‘But you must have given them something to go on.’
   ‘I was holding her hand. I admit that.’
   ‘Ah!’

Zo’n ‘overvalverloving’ was in de wereldliteratuur al minstens eenmaal eerder vertoond, en wel in Oorlog en vrede van L.N. Tolstoy (1828-1910). De episode speelt in 1805. De jonge losbol Pierre Bezuhov – ik volg de transcriptie van de Engelse vertaling – heeft van zijn vader de grafelijke titel en een fortuin geërfd. Dit trekt de aandacht van aartsmanipulator prins Vasili Kuragin, die besluit zijn beeldschone dochter Hélène aan Pierre uit te huwelijken. Hij drijft het stel naar elkaar toe, maar Pierre zal Hélène toch echt ten huwelijk moeten vragen, en daartoe kan hij maar niet besluiten. Als laatste poging geeft Kuragin op de naamdag van zijn dochter een intiem partijtje, waar het jonge paar geruime tijd alleen wordt gelaten in een kleine salon. Wanneer het laat wordt en er maar niets ‘gebeurt’, grijpt de prins in:
   Prince Vasili frowned, twisting his mouth to one side, and his cheeks began to twitch with the disagreeable, brutal expression characteristic of him. He shook himself, got up, threw back his head and with resolute steps walked past the ladies into the little drawing-room. Swiftly and with an assumption of delight he went up to Pierre. His face was so extraordinarily solemn that Pierre rose in alarm.
   ‘Thank God!’ said Prince Vasili. ‘My wife has told me!’ He put one arm round Pierre, the other round his daughter. ‘My dear boy.... My little girl.... I am very, very pleased.’ His voice trembled. ‘I loved your father ... and she will make you a good wife.... God bless you both.’
   He embraced his daughter, then Pierre again, and kissed him with his malodorous mouth. Real tears moistened his cheeks.
   ‘Princess, come here!’ he called.
   The princess came in, and she too wept. The elderly lady also put her handkerchief to her eye. Pierre was kissed, and several times he kissed the hand of the lovely Hélène. After a while they were left alone again.

Zes weken later treden Pierre en Hélène in het huwelijk. Ukridge daarentegen weet zich er als altijd op het nippertje uit te draaien.
(P.G. Wodehouse, 'No Wedding Bells for Him' (= hst. 7), in Ukridge (1924), gecit. n. Penguin-editie 1964, pp. 140-141. L.N. Tolstoy, War and Peace (1869), bk. 1, dl. 3, hst. 2, gecit. n. Penguin-ed. 1985, p. 246 (vert. Rosemary Edmonds).)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen