03 september 2012

Bismarck: Petersburgse vertellingen

Op 25 januari 1997 verwierf ik op de Vincentiusboekenmarkt in ’s-Hertogenbosch voor zes gulden een ‘Volks-Ausgabe’ uit 1911 van de memoires van de Pruisische staatsman vorst Otto von Bismarck (1815-1898). Deze waren oorspronkelijk in zijn sterfjaar verschenen onder de titel Gedanken und Erinnerungen.
   Die memoires bleken leesbaar en onderhoudend, al is het merendeel van de tekst wel heel wat minder anekdotisch dan deze passage:
Wanneer ik bij Sint-Petersburg in een van de ­­paleizen van de tsaar in Tsarskoje Selo of Peterhof ver­bleef, al was het maar om met de aldaar ’s zomers verblijvende vorst Gor­tsjakov te confe­reren, vond ik in de mij toebedeelde woning in het pa­leis voor mij en een metgezel een ont­bijt van ettelijke gan­gen aan­gericht, met drie of vier uitmuntende wij­nen; an­dere zijn mij aan de dis van de tsaar trouwens nooit voor­gezet. Stellig werd er in de huishouding veel ge­stolen, maar de gasten van de tsaar le­den daar­­ niet onder. Integendeel, hun proviandering was rijkelijk bere­kend op kruimels voor de ‘dienst’. Op kel­der en keu­ken viel werkelijk niets aan te merken, ook wanneer het toezicht eens achterwege bleef. Mis­schien hadden de functionarissen aan wie de niet gedronken wijnen toevielen, door lange ervaring een te verfijnde smaak ontwik­keld om onregelmatigheden die de kwa­liteit van het geleverde hadden kunnen schaden, te dul­den. De prijzen van de leveranties waren overigens, naar ik vernam, reus­achtig hoog. Van de gastvrij­heid van deze huishouding kreeg ik een indruk wanneer mijn bescherm­vrouwe, de tsarina-weduwe, de zus­ter van onze koning, mij uitnodigde. Dan leverde de keuken van de tsaar voor de met mij uitgenodigde he­ren van het ge­zant­schap twee, en voor mij drie diners. In mijn ver­trekken werden voor mij en mijn metgezellen ontbijten en diners opge­diend en in rekening ge­bracht – en waar­schijnlijk opgegeten en opgedronken alsof mijn men­sen en ik helemaal niet bij de tsarina waren uitge­nodigd. Voor mij werd eenmaal in mijn vertrekken op­gediend en afgeruimd, met alles wat er bij kwam. Een twee­­de maal werd voor mij en mijn metgezellen aan de ta­fel van de tsarina gedekt, en ook daar kwam ik er niet mee in aanraking, daar ik zonder mijn begeleiders aan het bed van de zieke tsarina in klein gezelschap voor de maaltijd verwacht werd. Bij zulke gelegenheden placht prin­­ses Leuch­tenberg de latere gemalin van prins Wil­lem van Baden, in de eerste bloei van haar jeug­­dige schoonheid op de haar eigen gracieuze en montere wijze de hon­neurs voor haar groot­moeder waar te nemen. Ook herinner ik mij dat bij een andere gele­genheid een vier­jarige grootvorstin zich rond de tafel van vier personen bewoog, en wei­gerde, een hoge ge­ne­raal dezelfde hoffelijkheid te bewijzen als mij. Het was zeer vleiend voor mij dat dit groot­­vorstelijke kind op het ver­maan van haar groot­moe­der over mij zei: ‘On milyj’ (hij is lief); maar over de generaal zei zij in haar na­ïviteit: ‘On vonjajet’ (hij stinkt), waar­op het groot­vorstelijk enfant terrible ver­wij­­derd werd.
   Het is voorgekomen dat aan Pruisische officieren die lang in een van de paleizen van de tsaar woonden, door goede Rus­sische vrienden in vertrouwen gevraagd werd of zij werkelijk zoveel wijn e.d. verbruikten als voor hen werd aangeschaft. In dat geval zou men hen om hun incasseringsvermogen benijden, en verder voor het nodi­ge zorgen. De heren aan wie deze vraag in vertrouwen werd gesteld leefden zeer sober, en met hun instem­ming werden de door hen be­woonde ver­trek­ken door­zocht. In wand­kasten waarvan zij het be­staan niet ken­den, werden achtergehouden voorraden voor­treffelijke wij­nen en andere benodigdheden in grote hoe­veelheden aange­troffen.
   Het is bekend dat de tsaar eens de ongewone hoeveelheid talkpoeder opmerkte die telkens werd ge­boekt wanneer de prins van Prui­sen daar op bezoek was, en dat ten slotte aan het licht kwam, dat deze zich bij zijn eerste bezoek doorgereden had, en ’s avonds om enig talkpoeder had verzocht. Het verlangde lood [16 gram] van deze stof was bij latere bezoeken in een poed [16 kilo] veranderd. De kwestie is tussen de hoge heren persoonlijk opgehelderd, en verwekte een hilari­teit waar de betrokken zondaars hun voordeel mee deden.

Van een andere Russische eigenaardigheid heb ik een staaltje beleefd bij mijn eerste verblijf in Sint-Petersburg, in 1859. De hofwereld placht toentertijd in de eerste lentedagen uit wandelen te gaan in de zomertuin tus­sen het Pauls-paleis en de Neva. Daar was het de tsaar opgevallen dat midden op een gazon een schildwacht stond. Aange­zien de soldaat op de vraag waarom hij daar stond, slechts wist te zeggen ‘Het is bevolen’, liet de tsaar door zijn adjudant bij het wachthuis navraag doen, zonder evenwel enige andere verklaring te krijgen dan dat de wacht­ daar zomer en winter stond. Het oor­spron­ke­lijke bevel was niet meer te achterhalen. De zaak werd aan het hof het gesprek van de dag en kwam ook het personeel ter ore. Uit die kring meld­de zich een ou­de gepensioneerde, die liet weten dat zijn vader hem in de zomertuin, wanneer zij de schild­wacht passeerden, wel­eens had gezegd: ‘Daar staat hij nog altijd op wacht bij het bloem­pje; tsarina Catharina heeft op die plaats eens onge­woon vroeg in het jaar een sneeuw­klok­­je gezien, en bevolen te zorgen dat het niet werd ge­plukt.’ Dat bevel had men uitgevoerd door er een schild­wacht bij te zetten, en die wacht had er sindsdien jaar in jaar uit ge­staan.
   Zoiets wekt onze kritiek en lachlust op, maar het is een uiting van de oerkracht en onverzettelijkheid die de grondslag vormen van de bij de rest van Europa vergeleken zo sterke Russische volksaard.
(Vertaling J.E. naar de in 1932 door G. Ritter en R. Stadelmann onder de titel Erinnerung und Gedanke bezorgde ‘kritische Neuausgabe’, pp. 151-153. De Duitse tekst is beschikbaar op Bismarck bij Zeno. De foto van de gedenksteen op het pand waar B. van 1859 tot 1862 als Pruisisch gezant in Sint-Petersburg heeft gewoond, is gemaakt door Vitold Moeratov. Een eerdere versie van deze tekst is als nieuwjaarsgroet voor 1999 toegezonden aan vrienden en bekenden van J.E..)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen